Publicaties
De Hoogaars en de visserij van Arnemuiden
Bij het verslag over de mosseltocht van deze zomer zijn - we in de sfeer van hoogaarsen gekomen. Daarbij past het nieuwe ,,levenswerk" van Jules van Beylen. Vrienden van de VSRP hebben inmiddels deze monografie in paperbackeditie ontvangen. Via de ,,Spiegel" kunt u ook een gebonden exemplaar bestellen.
De basis voor dit unieke standaardwerk legde Jules van Beylen al eind 1942 tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hij maakte toen nl. zijn eerste scheepsmodel. In 1943 leerde hij, als student aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten te Antwerpen, Maurice Seghers kennen. Zowel Maurice als zijn vader Henri hadden veel informatie in tekeningen en modellen vastgelegd over de Vlaamse en Nederlandse binnen- en vissersschepen. Maurice Seghers werd Van Beylens mentor en wijdde hem in, in de geheimen van het modelbouwen en tekenen.
Na verschillende andere publicaties over de botter en het Zeilvaartlexicon, heeft van V. Beylen de laatste 15 jaar bijna continu gewerkt aan dit nieuwe werk.
Het boek bestaat eigenlijk uit twee delen. In de eerste 117 pagina's wordt de visserij in Zeeland en met name de visserij in Arnemuiden behandeld. Daarna komt de scheepvaart en scheepsbouw in Arnemuiden aan bod. Het deel wordt afgesloten met de bouw en uitrusting van een Arnemuidse hoogaars en de Arnemuidenaars zelf. Hun leven, klederdrachten, werken en bijnamen.
De volgende tweehonderd pagina's zijn gewijd aan een heel nauwkeurige beschrijving van een model van een Arnemuidse spriethoogaars. In tekst en vooral veel gedetailleerde tekeningen wordt het schip op stapel gezet, afgebouwd, getuigd en voorzien van alle uitrustingsstukken om ter visvangst te gaan. Van Beylen heeft alle onderdelen eerst zelf nauwkeurig op papier gezet en gebouwd, laten controleren door de oude vissers zelf, en het toen pas vrij willen geven. Er kan rustig worden gesteld dat er nog nimmer zo'n gedetailleerd verslag is geschreven over een scheepstype.
Er zijn verschillende organisaties geweest die de uitgave van dit boek hebben mogelijk gemaakt. We noemen met name de Stichting Stamboek Ronde en Platbodemjachten en de Stichting Behoud Hoogaars vanwege de afname van een aanzienlijk deel van de oplage. Ook ondersteunde Stichting Maritiem Centrum de auteur vanwege de hoge kosten die Van Beylen al die jaren heeft gemaakt aan reizen, fotograferen en tekenen. Tevens worden er in het voorwoord nog een aantal instellingen genoemd die de uitgever bijsprongen om de exploitatie van het boek rond te krijgen. Het is eigenlijk jammer dat dergelijke monografie‘n tegenwoordig alleen met inspanning van vele ,,sponsors" nog uitgegeven kunnen worden. Zeker omdat de mensen die nog iets over de historische achtergronden van zeilende vissers- en vrachtschepen kunnen vertellen, bijna uitgestorven zijn. Gelukkig leven er nog enkele nieuwe initiatieven. Zo kunt u zeker nog een boek over de Vollenhoofse bol verwachten van Kees ter Laan en Carool van Kesteren. De heer J. Vermeer van het Friese jacht is bezig aan de tjotter, de heer P. Zaaijer aan de schouw, en laten we het ,,levenswerk" van Maurice Kaak niet vergeten die al enige jaren zijn onderzoeken in de ,,Spiegel" publiceert en nog voor ruim een jaar artikelen over vletten, schippersboten e.d. voor ons in petto heeft. Een zwoeger op de achtergrond uit Deurne bij Antwerpen die, geheel zonder enige sponsoring, al meer dan tien jaar al zijn vrije tijd geeft aan het onderzoeken van kleine scheepstypen die vooral bij schippers en vissers in Vlaanderen in gebruik waren. We zijn benieuwd naar de studies van anderen die, vaak zonder dat anderen het weten, al jarenlang gegevens verzamelen over een bepaalde boot ofwel een bepaald scheepstype
